De afgelopen jaren is het leven in België merkbaar duurder geworden. De prijzen van voeding, energie en andere basisbehoeften blijven hoog. Daardoor is loonindexering belangrijker dan ooit om onze koopkracht te beschermen.
Ook in 2026 blijft loonindexering een cruciaal thema. Tegelijk staat het systeem onder druk door nieuwe begrotingsmaatregelen van de overheid. Met een index van 2,21% (zoals vastgesteld in 2025) rijst de vraag: wat mag je concreet verwachten? In deze blog leggen we alles helder voor je uit.
Wat is loonindexering?
De index meet hoe duur het leven in België wordt aan de hand van de prijzen van goederen en diensten. Wanneer die prijzen stijgen, spreken we van inflatie.
Om te vermijden dat werknemers aan koopkracht verliezen, worden lonen in veel sectoren automatisch aangepast aan die stijgende levensduurte. Dat systeem noemen we loonindexering (of indexatie).
Dankzij indexering stijgt je brutoloon mee met de kosten van het dagelijkse leven, zonder dat je daar individueel over hoeft te onderhandelen.
Wanneer heb je recht op loonindexering?
Niet elke werknemer krijgt op hetzelfde moment of op dezelfde manier een loonindexering. Alles hangt af van het paritair comité (PC) waaronder je werkgever valt. Dat is het overlegorgaan waarin sectorale afspraken worden vastgelegd via collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s).
-
Veel bedienden vallen bijvoorbeeld onder PC 200
-
De bouwsector valt onder PC 124
In de cao van je paritair comité staat precies beschreven of, wanneer en hoe je loon geïndexeerd wordt.
Twijfel je tot welk paritair comité je behoort? Je vindt dit terug op je loonbrief, in je arbeidsovereenkomst of op je fiscale documenten.
Hoe gebeurt loonindexering?
In België bestaan verschillende indexeringssystemen. De twee meest voorkomende zijn:
1. Vast systeem (spilindex)
Bij dit systeem stijgt het loon met een vast percentage (vaak rond 2%) zodra een bepaalde drempel – de spilindex – wordt overschreden.
Dit systeem komt vooral voor in de publieke sector, maar ook in sommige private sectoren. De timing is moeilijk voorspelbaar, omdat ze volledig afhangt van de inflatie-evolutie.
2. Variabel systeem
Hier wordt het loon geïndexeerd op een vast moment (bijvoorbeeld jaarlijks op 1 januari, per kwartaal of maandelijks), maar met een variabel percentage.
Dat percentage wordt berekend op basis van de actuele indexcijfers. Veel private sectoren werken met dit systeem en zullen dus rekening houden met de index van 2,21% die in 2025 werd vastgesteld.
Andere sectoren gebruiken wel een spilindex, maar passen die toe op een andere manier, met een ander moment of een ander percentage dan bij de overheid.
Indexering in 2026: wat verandert er?
Overheidsingreep op de index
In het kader van het begrotingsakkoord heeft de federale regering beslist om tijdelijk in te grijpen in de loonindexering, zowel in de publieke als in de private sector.
Deze maatregel zal gelden in 2026 en 2028 en heeft als doel de overheidsuitgaven te beperken.
Het principe:
-
Volledige indexering blijft gelden tot een bepaald brutobedrag
-
Boven die grens wordt de indexering beperkt
Concreet:
-
Lonen: volledige indexering tot 4.000 euro bruto per maand
-
Sociale uitkeringen: volledige indexering tot 2.000 euro bruto per maand
Verdien je meer dan 4.000 euro bruto per maand? Dan wordt enkel het deel tot 4.000 euro geïndexeerd.
Voorbeeld op basis van een index van 2,21%
(vereenvoudigd voorbeeld)
-
Brutoloon: 6.000 euro
-
Indexering: 2,21%
Zonder beperking
2,21% van 6.000 euro = +132,60 euro
Met beperking
2,21% van 4.000 euro = +88,40 euro
➡️ Je maandelijkse indexering ligt dus 44,20 euro lager door de maatregel.
Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld. In de praktijk hangt de berekening af van sectorale afspraken en specifieke looncomponenten.
Wie haalt voordeel uit deze maatregel?
-
De overheid: doordat hogere lonen en uitkeringen minder snel stijgen, blijven de begrotingskosten onder controle.
-
Werkgevers: zij besparen op loonkosten bij hogere lonen.
Belangrijk nuancepunt:
Private werkgevers moeten 50% van hun besparing afstaan aan de overheid. De andere helft mogen ze behouden. Hoe die bijdrage precies zal worden berekend en geïnd, is vandaag nog niet volledig uitgeklaard.
Veel onzekerheid rond timing en toepassing
Hoewel de eerste indexmomenten in sommige sectoren al begin 2026 plaatsvinden (zoals in PC 200, horeca, voeding en transport), zal de wetgeving vermoedelijk niet tijdig rond zijn.
Concreet betekent dit dat veel loonindexeringen in januari 2026 in de privésector nog volgens de normale regels (dus zonder beperking) zullen worden toegepast.
De zogenaamde centenindex zal waarschijnlijk pas in het voorjaar van 2026 ingaan en mogelijk ook in 2027 nog effect hebben.
Er blijven bovendien nog heel wat open vragen, zoals:
-
Geldt de grens van 4.000 euro pro rata voor deeltijdse werknemers?
-
Welke looncomponenten worden precies meegerekend?
-
Hoe wordt de werkgeversbijdrage praktisch geïnd?
Hoe kan je jouw loonindexering berekenen?
Val jij onder een sector met indexering in 2026 en wil je weten wat dat concreet betekent voor jouw loon? Dan kan je een simulatie maken via de loonindexeringstool van Jobat.
Je vult:
- Je huidige brutoloon in
- Je paritair comité
De tool berekent vervolgens hoeveel je loon stijgt volgens de geldende sectorregels.
Samengevat
Loonindexering blijft ook in 2026 een belangrijk instrument om de koopkracht te beschermen, maar door de aangekondigde overheidsingreep zal niet elke werknemer dezelfde impact voelen. Vooral hogere lonen zullen een beperkte indexering kennen, terwijl lagere en gemiddelde lonen grotendeels buiten schot blijven.